Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Donatisten

Niet lang na zijn priesterwijding in 391 werd Augustinus geconfronteerd met het donatisme. Het schisma tussen katholieken en donatisten bestond toen al tachtig jaar. De scheiding had zijn oorsprong in de christenvervolging die rond 303 door keizer Diocletianus was afgekondigd, en twee jaar later weer werd afgeblazen. Deze vervolgingsperiode had gezorgd voor grote spanningen binnen de christelijke kerk. Niet alle kerkelijke leiders hadden even kordaat gereageerd op de dwangmaatregelen van de keizer.
Er waren clerici die zonder slag of stoot de heilige boeken hadden uitgeleverd (traditores) aan de burgerlijke autoriteiten. Dit nu werd algemeen beschouwd als een vorm van afvalligheid. In sommige Noordafrikaanse kerken zette men deze afvalligen uit de kerk, tenzij ze zich onderwierpen aan een wederdoop. In andere kerken werd hun slechts een boete opgelegd. De spanningen bereikten hun climax toen rond 310 de bisschopszetel van Carthago vacant werd en er een omstreden keuze volgde. De groep die zich niet met deze keuze kon verenigen, koos een eigen bisschop die niet lang daarna stierf en opgevolgd werd door een zekere Donatus. Hiermee ontstond er een schisma waardoor de Noordafrikaanse kerk verdeeld werd in een katholieke en een donatistische kerk. Noch de tussenkomst van de keizer noch concilies konden de kerkscheuring helen.

Augustinus in discussie met de donatisten


De donatisten waren in de Provincia Numidia in de meerderheid, zo ook in Hippo, terwijl de katholieken er een uiterst zwakke positie innamen. Reeds als priester ijverde Augustinus ervoor om het probleem op te lossen door geloofsgesprekken tussen de bisschoppen van beide kerken te organiseren. Ten tijde van het concilie van Carthago (393) was hij met Aurelius, de katholieke bisschop van Carthago, de sleutelfiguur in dit proces. Tijdens het concilie werd hem gevraagd voor de verzamelde bisschoppen een uiteenzetting te geven over de geloofsbelijdenis. Van toen af was hij de vertrouwde en toegewijde medewerker van Aurelius.

Augustinus nam ook deel aan de conferentie van 411 te Carthago, die door de keizer werd verordineerd om een einde te maken aan het schisma. Hij maakte een verslag van de handelingen. Als katholiek bisschop stond hij een bovennationale kerk voor, terwijl de donatistische geloofsgemeenschap alle trekken van een nationale kerk vertoonde. Hij pleitte voor een volkskerk waarin plaats was voor 'zondaars', terwijl de donatisten pretendeerden een elitekerk van 'zuiveren' te zijn.
In zijn discussie met de donatisten kwam Augustinus tot zijn leer over de sacramenten. De uitwerking van sacramenten hing niet af van de 'zuiverheid' van de kerkelijke bedienaar, maar van Christus zelf en van het geloof in Hem. Tegen de donatisten schreef Augustinus: Psalmus contra partem Donati, Contra epistulam Parmeniani, De baptismo, Contra litteras Petiliani , Ad Cresconium grammaticum partis Donati, De unico baptismo, Gesta cum Emerito donatistarum episcopo, Sermo ad Caesariensis ecclesiae plebem, Contra Gaudentium donatistarum episcopum.

Tekst dr Martijn Schrama OSA en drs Anke Tigchelaar

Top

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
3 februari 2011